Ik heb gisteren in Etten-Leur een van mijn twee loopdoelen van dit jaar gehaald, de halve marathon in minder dan 2 uur. Ook mijn loopmaatjes Katrien, Griet, Eileen en Edwin liepen zeer goede tijden.
De omstandigheden en het gezelschap waren uitstekend. De wedstrijd in Etten-Leur is ook goed omkaderd, met goede bevoorrading om de vijf kilometer, en je loopt in een prachtige omgeving. Maar als ik mijn doel gehaald heb, dan is dat natuurlijk vooral door training en door de begeleiding van mijn Garmin Forerunner 305.
Fris weertje
Het weer was goed voor mij: ongeveer 10 graden, overtrokken hemel. Vooraf nog getwijfeld over lange of korte mouwen, maar T-shirt bleek goede keuze. De talrijke supporters langs de weg waren ingeduffeld met sjaals, mutsen en handschoenen, maar ik heb het nooit koud gehad. Hier en daar felle tegenwind.
Val bij de start
Griet en Katrien hadden een laag borstnummer en stonden dus vooraan aan de startlijn. Die heb ik in de wedstrijd niet meer gezien. Edwin en Eileen moeten ook voor mij gestaan hebben. Ik ben ze voor de start allemaal kwijtgeraakt omdat ik mijn Forerunner vooraf nog de tijd wou geven voor goede satellietontvangst. Dus belandde ik nogal achteraan. Dat leek me geen probleem, want met de championchip begint je tijd toch maar te lopen als je over de startlijn gaat.
Maar. Het begin van de loop in het centrum van Etten-Leur was afgezet met dranghekken, en die logge bende lopers voor mij gingen mij iets te traag. Dus wou ik hen langs de zijkant voorbij. Ik bleef haken in een uitstekende poot van een dranghek en ging plat op de grond. Kleine schaafwonden aan knieën en linker elleboog. Niks erg, dus maar meteen doorgelopen. Vandaag trekken de schaafwondjes wat tegen en heb ik pijn in mijn heupbeen. Ik moet ook daarop terechtgekomen zijn.
Loodzwaar
De eerste tien kilometer gingen vlot. Ik kon gemakkelijk mijn streeftempo van 10,5 km/u aanhouden. Rond kilometer 15 kwam de man met de hamer. Net toen kreeg ik ook Eileen voor mij in zicht. Ik kreeg het nog heel zwaar. Toch kon ik er op het einde nog een sprintje uitpersen, toen ik van de speaker hoorde dat ik nog kans maakte om binnen de twee uur (na startschot, dus brutotijd) te eindigen. Uiteindelijk kwam ik aan 2:00:09 u na het startschot, in 1:59:26 nettotijd.
Ik ben dat laatste halfuur diep gegaan. Complete bewustzijnsvernauwing. Na de aankomst heb ik een paar minuten staan zwijmelen. Ik kon niets terugzeggen op de felicitaties van Griet en Katrien.
Wedstrijdbegeleiding met Garmin Forerunner
Ik heb de wedstrijd gelopen met/tegen de virtual partner van de Forerunner. Dat gaat zo: je geeft in welke afstand je wilt lopen in welke tijd en de partner loopt dan de wedstrijd mee, in een mathematisch strak tempo zodat ie juist op tijd zal toekomen. Je ziet voortdurend op je apparaat hoeveel meter je voor of achter op hem ligt en je kunt dus je tempo daaraan aanpassen. Dat is super. Ik heb er zeker sneller door gelopen gisteren, vooral op het einde.
Na mijn val had mijn partner meteen al een voorsprong van 40 meter genomen. Maar ik kon hem gemakkelijk bijhalen. Zowat halfweg de wedstrijd lag ik 300 meter voor en had daarmee een comfortabele reserve opgebouwd. Bij de laatste twee bevoorradingen nam ik dus de tijd om voldoende te drinken en even te stappen. Daarmee verloor ik telkens zowat 50 meter op mijn partner. In de laatste vijf kilometers haalde hij mij langzaam in. Tergend spannend. Maar ik ging toch nog over de streep met een voorsprong van 90 meter.
Hartslagmeting tijdens wedstrijden
Ik heb altijd getraind met hartslagmeter. Als ik mij ergens op stort, dan koop ik altijd alle boekjes die ik erover kan vinden, en uit die boekjes had ik geleerd dat mijn hartslag voor de halve marathon tussen de 155 en de 165 slagen per minuut moet liggen (mijn hartslag in rust is 65, hoogste hartslag ooit gemeten is 182). Prof. Bourgois heeft mij die waarden bij een trainingsadvies twee jaar geleden bevestigd. Maar hij vond dat je een wedstrijd niet met hartslagmeting hoort te lopen. De meting is volgens hem alleen een hulpmiddel bij het trainen.
Tot nu toe heb ik ook wedstrijden altijd met hartslagmeter gelopen. Tijdens mijn eerste Gentse stadsloop (10 km) drie jaar geleden gaf de meting mij aan dat ik een tandje mocht bijsteken – ik mocht tot 172 gaan – en dankzij mijn hartslagmeter ging ik dus vlugger lopen. Bij mijn eerste halve marathon, twee jaar geleden in Etten-Leur, zat ik van bij het begin al aan 168. Dat was te hoog, het was toen ook warm (23°) en rond kilometer 10 kwam de man met de hamer al. Die bevestigde mijn geloof dat ik echt wel naar mijn hartslagmeter moest luisteren.
Lesje geleerd. Dus vorig jaar ben ik de halve in Etten-Leur mooi onder de 165 gebleven. Ik zette toen zelfs de bieper van mijn meter aan, als straf voor als ik boven de 165 ging (dat gebiep vind ik zo beschamend). Ik liep toen vooral een heerlijke wedstrijd, was beter getraind, genoot euforisch van de omgeving en van de koers, en kon de laatste 3 kilometer mijn tempo nog stevig opvoeren. Niets doodgaan, niets duizelen aan de eindstreep. Maar ik eindigde met een teleurstellende 2:08.
Dit jaar heb ik niet naar mijn hartslag gekeken in Etten-Leur, alleen naar mijn snelheid. Het was zwaar, ik heb er minder van genoten dan vorig jaar, maar heb wel mijn beste tijd op de halve gehaald. Nadien blijkt dat ik gelopen heb met een gemiddelde van 170 slagen per minuut. Dat is volgens de boekjes veel te hoog. Ik ben over de eindstreep gegaan met 182! Dat is volgens de meting in het UZ van twee jaar geleden mijn maximale hartslag. Geen wonder dat ik eventjes niet meer van deze wereld was bij de aankomst gisteren.
Training vooraf met schema van Paul Van De Bosch
Ik heb heel strikt het 12-wekenprogramma voor de halve marathon van Paul Van Den Bosch gevolgd. Dat is enkele maanden geleden verschenen in de Runner’s World en ook in zijn boek ‘Compleet handboek looptraining’. In het boek geeft hij wat meer uitleg over de opbouw.
Het programma is logisch opgebouwd met 3 cycli van 4 weken. Elke cyclus bestaat uit 3 weken opbouw en 1 week rustiger. Je loopt 4 x per week, met een afwisseling van trage duurlopen, intensieve duurlopen en intervaltrainingen. De langste duurloop is anderhalf uur en dat vind ik te weinig. Ik heb enkele langere duurlopen gedaan. Tijdens een duurloop in Destelbergen ben ik op een avond verloren gelopen en toen zat ik aan meer dan 2 uur. Het bewees mij dat ik dat zonder veel moeite aankon, wat een psychologische opsteker was. Maar bij een volgende opbouw naar een halve marathon zal ik toch enkele duurlopen van 2 uur doen.
Nadeel van dat programma: ik zag mij verplicht om altijd alleen te trainen want als je met de groep traint, ga je altijd ofwel te hard, ofwel doen zij een intervaltraining als jij een duurloop moet doen enz. Het gevolg is dat ik mijn loopmaten veel gemist heb. Maar ik wou toch eens zien wat het geeft als je zo’n programma strikt volgt. Het programma van Van Den Bosch en mijn Forerunner hebben mij 8 minuten sneller gemaakt op de halve. Niet slecht hee.